|
Product
Het sociaal label is een productlabel. Dit houdt in dat de productie van een product, doorheen de hele productieketen in overeenstemming moet gebeuren met de basisnormen van de IAO.
Een ‘product’ kan hierbij heel ruim worden opgevat en beslaat zowel producten (zowel voeding al niet-voeding) als diensten. Indien de onderneming dit wenst kan zij ook de aanvraag doen voor een productgroep of voor meerder producten op het zelfde moment. Dit is raadzaam wanneer de productieketen dezelfde is, of grotendeels gelijklopend is.
Om na te gaan welk product te laten labelen weeg je best een aantal elementen af:
De lengte en de aard van de keten enerzijds en de ‘impact’ van de keuze voor dat product bij het publiek zijn minstens twee factoren die je keuze zullen bepalen.
Hou er steeds rekening met het feit dat de volledige keten achter dit product dient in kaart gebracht te worden.
Gehele keten
In principe moet je de volledige productieketen opgeven voor het product.
De keten wordt stroomopwaarts afgebakend door de activiteiten die de verschillende grondstoffen produceren en/of winnen en geeft alle productieactiviteiten weer die deze grondstoffen doorlopen voordat ze het uiteindelijke product vormen.
Is het niet mogelijk de volledige keten in kaart te brengen, dan moet je dit als onderneming motiveren in je aanvraag en dan gelden een aantal minimale criteria, vuistregels zeg maar, die je moet respecteren om te bepalen welke schakels moeten in acht genomen worden. Met een schakel wordt dus een onderneming bedoeld die deel uit maakt van de keten.
Hier vind je een theoretisch voorbeeld van een volledige productieketen
5 basisnormen IAO
Het Belgisch sociaal label is een label dat een onderneming op een specifiek product kan aanbrengen om aan de consumenten kenbaar te maken dat dit doorheen de hele productieketen werd vervaardigd met respect voor de rechten van de werknemers. Onder ‘rechten’ worden in dit verband de acht basisconventies van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) verstaan. Deze zijn samen te vatten in 5 basisprincipes:
- Minimumleeftijd voor kinderarbeid en verbod op ergste vormen van kinderarbeid (C 138 en 182)
- Verbod op discriminatie inzake tewerkstelling en lonen (C 100 en 111)
- Verbod op dwangarbeid (C 29 en 105)
- Recht op vakbondsvrijheid (C 87)
- Recht van organisatie en collectief overleg (C 98)
meer informatie
Het gaat hierbij niet om willekeurig gekozen normen, maar om de door de IAO zelf aangeduide minimale arbeidsnormen.
|